Scandinavische en Finse architectuur worden wereldwijd hoog gewaardeerd. Wist je bijvoorbeeld dat het Operahuis in Sydney door een Deense architect ontworpen is? Hier volgt een introductie in hoe Scandinavië zijn eigen bouwstijl ontwikkelde en wat deze kenmerkt.
Coverfoto: Kistefosmuseum, Bjarke Ingels Group, foto: Visit Norway – Field Productions
Die Deense architect van het Operahuis in Sydney luistert trouwens naar de naam van Jørn Utzon. Samen met architecten als Alvar Aalto, Arne Jacobsen en Arne Korsmo ontwikkelde hij een nieuwe, moderne architectuur die we tot op de dag van vandaag als Scandinavische architectuur onderscheiden.
Scandinavische architectuur stellen we vaak gelijk aan Noords modernisme. Het staat net als Scandinavisch design bekend om zijn minimalistische, functionele en natuurgerichte ontwerpstijl. Het legt de nadruk op eenvoud, strakke lijnen en het gebruik van natuurlijke materialen. Denk aan hout, steen en glas. Het doel daarachter is harmonie met de omgeving creëren. Licht speelt een centrale rol, met grote ramen en open ruimtes die het natuurlijke daglicht optimaal benutten.
Deze moderne designstijl kwam natuurlijk niet uit de lucht vallen. Het komt voort uit een lange bouwtraditie en heeft zeker ook te maken gehad met invloeden uit andere gebieden. Denk aan Duitsland met stromingen als jugendstil en Bauhaus, maar zeker ook Zuid-Europa en het neoclassicisme.
Hoe is de moderne Scandinavische architectuur ontstaan?
Hoewel het een iets te eenvoudige voorstelling van de werkelijkheid is, zou je voor het overzicht kunnen stellen dat Scandinavische architectuur op nationaal niveau begon. Vanaf daar ontstond een moderne Noord-Europese stijl, die al gauw steeds mondialer werd. Laten we beginnen met een heel kort geschiedenislesje. Denemarken en Zweden komen voort uit oude koninkrijken. In de 16e en 17e eeuw bouwden Deense en Zweedse vorsten al imponerende gebouwen in respectievelijk Kopenhagen en Stockholm.
Zo was er de Deense koning Christian IV (1577-1648) die de Deense renaissance luister bijzette. Hij richtte de Deense Oost-Indische Compagnie op en gaf opdracht voor zomerpaleis Rosenborg in Kopenhagen. Zweden bloeide op in de 17e eeuw, mede dankzij cultuur- en filosofenkoningin Christina. Zij gaf Zweeds architect Jean de la Vallée opdracht om het bestaande Tre Kronor-kasteel in Stockholm te verbeteren. Daar kwam het niet van, maar zijn ideeën waren wel van invloed op de bouw van het nieuwe Kungliga Slottet, toen Tre Kronor eind 17e eeuw afbrandde.

Nationalisme en romantiek
Kortgezegd hadden Denemarken en Zweden dus al een nationale bouwtraditie toen de romantiek en het nationalisme zich in de 19e eeuw aandienden. Noorwegen en Finland hadden minder bouwwerken om hun nationale trots aan te ontlenen. Zo werd Noorwegen pas in 1905 onafhankelijk en Finland in 1917. Dat betekende ook dat Noorwegen en Finland wat meer experimenteerden met nieuwe bouwstijlen dan Denemarken en Zweden. Van een collectieve Scandinavische architectuur was toen nog niet zo sprake, hoewel landen in Europa elkaar al wel beïnvloedden.
Noorwegen
In Noorwegen ontstond in de 19e eeuw een culturele stroming die we de Noorse nationale romantiek zijn gaan noemen. Oude bouwtradities werden herontdekt. Denk aan de neogotiek die een bewondering voor de middeleeuwen weerspiegelde. In deze tijd worden ook de houten staafkerken symbool voor een diepgewortelde Noorse identiteit. Dat noemde men dragestil (drakenstijl), naar de decoratieve ornamenten uit de Vikingarchitectuur. Ook nieuwe, buitenlandse stijlen werden omarmd. Ålesund brandde in 1904 grotendeels af en werd volledig herbouwd in jugendstil. Met zijn sierlijke gevels en decoratieve details werd Ålesund architectonisch icoon van een herboren Noorwegen.
Finland
De Finnen kenden hun eigen nationale romantiek. In de loop van de 19e eeuw verzamelde Elias Lönnrot volksverhalen in de Kalevala. Deze bundel vormde een belangrijke bron voor het Finse nationalisme. Een van de belangrijkste prestaties in de Finse architectuur op dit vlak komt van Eliel Saarinen, Hermann Geselius en Armas Lindgren. Zij ontwierpen het imposante centraal station en nationaal museum in Helsinki. Daarin zaten ook elementen van jugendstil. Deze stijl werd onderdeel van de nationale symboliek.
Armas Lindgren zou daarnaast samen met Wivi Lönn ‘Het Nieuwe Studentenhuis’ / Uusi ylioppilastalo (1910) ontwerpen, een imposant gebouw voor de universiteit van Helsinki. Wivi Lönn was een van de eerste grote vrouwelijke namen in de Finse architectuur. Ze zou een voorbeeld zijn voor vele Finse ontwerpsters in de 20e eeuw. In de decennia die volgen zien we langzaam een verschuiving in de Finse architectuur onder leiding van architecten als Alvar Aalto, waarover verderop meer.
Denemarken en Zweden
Denemarken en Zweden waren als gevestigde naties behoudender tijdens de jaren van de romantiek. Toch zien we vanzelfsprekend her en der invloeden van stijlen als neogotiek en jugendstil. Mooie voorbeelden zijn de restauraties van belangrijke bouwwerken. Zo wordt het hierboven al genoemde Rosenborgpaleis in Kopenhagen gerestaureerd en krijgt het romantische kenmerken mee. In Zweden zien we een soortgelijk verhaal met een nationaal icoon: kasteel Gripsholm. De restauratie deed nogal wat stof opwaaien. Critici stelden dat men het van origine 14e-eeuwse kasteel overdreven oud probeerde te maken.

Noords classicisme / neoclassicisme
Begin 20e eeuw zien we in de architectuur van de Scandinavische landen en Finland een korte verschuiving naar het neoclassicisme. Dat gold zeker ook voor de gevestigde naties Denemarken en Zweden. Architecten deden inspiratie op in Italië, bestudeerden de Griekse oudheid en gaven er een nationaal-romantische draai aan. Een van de belangrijkste producten daarvan is het beroemde Stadhuis van Stockholm (1923), ontworpen door Ragnar Östberg. Dit bakstenen gebouw doet denken aan de Italiaanse renaissancepaleizen en was in Nederland overduidelijk inspiratiebron voor het onderkomen van Museum Boijmans Van Beuningen.
Een andere beroemde Zweedse architect uit die tijd was Gunnar Asplund. Hij ontwierp de cilindrische Stadsbibliotheek van Stockholm (1928). Samen met Sigurd Lowerentz ontwierp hij bovendien Skogskyrkogården (het boskerkhof), dat nu op de UNESCO-erfgoedlijst staat. In Zuid-Zweden staat het buurthuis (medborgarhus) van Eslöv. Aan dit ontwerp van Asplund zie je de overgang richting het modernisme. Er is veel glas en daglicht en het gebouw is ontdaan van overbodige versiersels. Tegelijkertijd zie je ook het neoclassicisme terug in de pilaren, de monumentale uitstraling en symmetrie.
De Noren Arnstein Arneberg en Magnus Poulsson werden in 1918 bekend, mede door hun ontwerp van het stadhuis van Oslo. In veel opzichten, en vooral door de bakstenen, lijkt het sterk op het stadhuis in Stockholm. Door geldproblemen en de daaropvolgende Tweede Wereldoorlog kwam het gebouw pas gereed in 1950. Neoclassicisme behoorde toen al tot het verleden. Het ontwerp werd dan ook flink aangepast. Scandinavië en Finland waren rijp voor een meer moderne benadering van architectuur, waarbinnen minimalisme en functionaliteit centraal stonden.

Op weg naar een moderne Scandinavische architectuur
In 1924 trouwde de jonge Finse architect Alvar Aalto met designer Aino Aalto-Marsio. Ze gingen op huwelijksreis naar Italië, en dat was niet toevallig. Alvar Aalto liet zich net als Asplund en Östberg inspireren door de renaissancesteden. Wat Aalto onderscheidde, was dat hij net als de Duitse Bauhausstroming van Walter Gropius, op zoek ging naar een nieuwe minimalistische en functionele stijl. Al met de bouw van het Paimio-sanatorium in 1933 was die stijl er en werd Aalto internationaal op het schild gehesen. Vergelijkbaar is de Stadsbibliotheek van Viipuri (1935), de stad die toen nog bij Finland hoorde en tijdens de Winteroorlog werd ingepikt door de Sovjets. Aalto kreeg gedurende zijn carrière steeds grotere projecten en een van de prestigieuste is de Finlandia Hall uit 1971.
Wat maakt Aalto nu zo bijzonder? Witte kleuren met (berken)houtaccenten worden functioneel ingezet en er wordt volop met lichtinval, elektrisch licht en de omliggende natuur geëxperimenteerd. Aalto was ook een van de eerste moderne architecten die zich waagde aan het Gesamtkunstwerk. Architectuur stopte niet bij de muren, ramen en deuren. Ook de meubels, en ja, zelfs het bestek en het servies, moesten in dienst van het ontwerp staan.
Op de foto van de Stadbibliotheek van Viipuri zie je een houten, golvend plafond. De gedachte daarachter was dat dit de akoestiek verbeterde. Zulke details zijn kenmerkend voor Aalto. Het ontwerp dient de mens en niet andersom. Het Paimio-sanatorium had wasbakken waarbij nagedacht was over hoe het water spatte. Anno nu klinkt dat vanzelfsprekend, maar iemand als Aalto dacht over alle details na en was daar vrij revolutionair mee.
Finse architectuur
Alvar Aalto is zonder meer de grootste en meest bekende Finse architect. Vanaf hem kunnen we de Finse en Scandinavische architectuur ook niet meer los van elkaar zien. Aalto stond niet alleen en maakte door zijn bekendheid ongetwijfeld ruimte voor een nieuwe lichting. In 1958 brak Aarno Ruusuvuori bijvoorbeeld door met zijn Hyvinkää-kerk. Ruusuvuori’s ontwerpen hebben veel van Aalto’s moderne stijl, maar schuren ook tegen het brutalisme aan. Het brutalisme zagen we veel in communistische landen terug en gebruikt ruwe, onafgewerkte materialen (beton), geometrische vormen en heeft een monumentale uitstraling. Eind jaren zestig werd ook de nu toeristische Temppeliaukiokerk in Helsinki ontworpen, door de Finse architectenbroers Timo en Tuomo Suomalainen. De kerk is in een granieten rotswand uitgehouwen, met een opvallende koperen koepel en uitstekende akoestiek.
In de huidige Finse architectuur spelen bureaus als ALA Architects en Verstas Architects een belangrijke rol. ALA Architects werd bekend met de Oodi-bibliotheek (2018) in Helsinki. Het minimalisme, lichte kleuren, veel lichtinval en gebruik van hout zie je nog steeds terug, net als Aalto in de jaren dertig al deed in de bibliotheek van Viipuri. ALA ontwierp ook het Kilden-theater (2012) in de Zuid-Noorse havenstad Kristiansand. Ook hier zien we het fanatieke gebruik van hout terug. Verstas Architects houdt eveneens de Finse traditie in stand door met veel hout en lichte kleuren te werken. Dit architectenbureau ontwerpt vooral veel onderwijsinstellingen in Finland.
Zweedse architectuur
Na 1930 werd de architectuur in Zweden net als in de andere Scandinavische landen gedomineerd door functionalisme, ook wel ‘funki’s’ genoemd. De bekendste funki is misschien wel Sven Markelius. Hij was een sociaal geëngageerde idealist die interesse had in communaal leven. Voor de gemeente Stockholm ontwierp hij diverse sociale woningbouwprojecten. In de stad Helsingborg ontwierp hij het concertgebouw in 1931.
Zweden was in het midden van de 20e eeuw een sociaaldemocratisch land. Voor de architectuur betekende dat geen megalomane projecten, maar veel behoudende sociale woningbouw. Bekend is onder andere het Miljoenprogramma (1965-1975). Dit richtte zich op grootschalige, functionele en betaalbare woningen, waarmee men het woningtekort snel en effectief wilde aanpakken. Niet iedereen was blij met de monotone appartementenblokken. Stockholmse wijken als Tensta en Rinkeby zijn later herontwikkeld om variatie, groen en sociale cohesie te bevorderen.
De Hötorget-gebouwen (1966) in het centrum van Stockholm zijn ontworpen door meerdere Zweedse architecten, waaronder David Helldén, Sven Markelius en Anders Tengbom. Deze vijf kantoortorens zijn 72 meter hoog en hebben van hun ontwerpers een persoonlijke touch gekregen. Postmodernistische architecten als de Brits-Zweedse Ralph Erskine brachten variatie en speelsheid terug in de Zweedse architectuur. Erskine ontwierp diverse gebouwen voor de universiteit van Stockholm, waaronder de nog steeds bestaande bibliotheek. De Zweedse architectuur kreeg steeds meer oog voor duurzaamheid en innovatie. Gert Wingårdh is een van de invloedrijkste Zweedse architecten eind 20e eeuw. Hij versterkt door lage ingangen het gevoel van een grote ruimte binnenkomen.
Meer recente hoogtepunten in de Zweeds-Scandinavische architectuur zijn bijvoorbeeld de Turning Torso (2005) in Malmö en het Artipelag-museum (2012) in Stockholm, dat je alleen al vanwege de locatie en bouwstijl moet bezoeken. Het bijzondere museum werd door Nyréns Arkitektkontor ontworpen. Ook de door Marge Arkitekter ontworpen Strömkajen (2013) getuigt van modern design, waarbij er aandacht is voor de bezoeker en natuurlijke omgeving. Het is een kade voor boottochten door de omgeving. Göteborg blijft zeker niet achter. Sinds 2024 siert de 224 meter hoge Karlatornet de skyline. Deze neo-futuristische woontoren werd ontworpen door de Göteborgse Serneke Group AB.
Noorse architectuur
Vroege voorbeelden van Noors functionalisme zijn het reeds gesloopte Skansen-restaurant (1927) van Lars Backer. Het restaurant op uitkijkpunt Ekeberg (Ekebergrestauranten) is wel nog te bezoeken en laat zien waarom hij een modernist in hart en nieren was. Net als Aalto in Finland geldt Backer als een vroege pionier. Een andere vooroorlogse pionier van modernistische Scandinavische architectuur was Arne Korsmo. Hij ontwierp in 1937 het Noorse Paviljoen op de Wereldtentoonstelling in Parijs. Later werd hij Noors vertegenwoordiger van CIAM en trouwde hij met de Noorse ontwerpster Grete Prytz Kittelsen. CIAM was een invloedrijke internationale organisatie die modernistische architectuur en stedenbouw promootte, opgericht door onder andere de beroemde Zwitserse architect Le Corbusier.
Na de Tweede Wereldoorlog richtte de wederopbouw zich op kostenefficiënte en functionele ontwerpen, noodzakelijk vanwege geldgebrek en de verwoestingen in Noord-Noorwegen. In deze periode ontstonden sobere, maar effectieve woningbouwprojecten die het acute tekort aan huisvesting oplosten. In dat noorden van Noorwegen werd overigens ook onderscheidende architectuur gebouwd. Denk aan de Arctische Kathedraal (1965) van Jan Inge Hovig en het museum Polaria (1998) van JAF. Beide bouwwerken liggen in Tromsø. Polaria is een museum over het leven in het poolgebied en het gebouw lijkt op omvallende dominostenen.
In de moderne tijd werd Noorwegen een buitengewoon rijk land en heeft de Noorse architectuur internationaal aanzien verworven. De focus ligt op duurzaamheid, esthetiek en integratie met het natuurlijke landschap. Het Operahuis (2008) in Oslo is een uitstekend voorbeeld van hoe moderne Noorse architectuur niet alleen functioneel is, maar ook dient als esthetisch monument. Het architectenbureau Snøhetta is internationaal een grote speler. Ze ontwierpen ook het Grand Opera House (2025) in Shanghai, dat nog wel een paar maatjes groter is dan in Oslo. Net buiten Oslo vind je het indrukwekkende Kistefos-museum (2019). Dit spiraalvormige bouwwerk is alleen al vanwege de omgeving en de architectuur het bezoeken waard. Het Deense architectenbureau Bjarke Ingels Group (BIG) leverde dit meesterwerk af. Hoog tijd om het over Deense architectuur te hebben.
Deense architectuur
Ook in Denemarken zien we dat het neoclassicisme een springplank is naar het modernisme. Het Stadhuis van Kopenhagen (1905) van architect Martin Nyrop doet erg aan de Italiaanse renaissance denken. Vergelijk het maar eens met het Stadhuis van Sienna. Veel grote namen uit de Scandinavische architectuur komen uit Denemarken en vanaf de jaren tien en twintig van de 20e eeuw zien we steeds meer modernisme in de Deense architectuur. Peder Vilhelm Jensen-Klint ontwierp in 1913 de bijzondere Grundtvigskerk. Deze werd voltooid door zijn zoon Kaare Klint in 1940. De kerk is een fusie van neogotiek en modernisme.
Het ontwerp doet ook erg denken aan de indrukwekkende Hallgrímskirkja in Reykjavík. Het is een van de weinige wereldberoemde architectuur uit IJsland, hoewel het Harpa-gebouw van de Deen Henning Larsen en The Nordic House (Norræna húsið) van de Fin Aalto niet vergeten mogen worden. Ook deze gebouwen staan in de IJslandse hoofdstad.
Architecten als Kaare Klint, Kay Fisker en Arne Jacobsen zouden Denemarken en zijn modernistische architectuur mondiaal definitief op de kaart zetten. Arne Jacobsen laat mooi de transitie van de Deense en Scandinavische architectuur zien. Zijn vroege meesterwerk, het Stadhuis van Aarhus (1941), zit nog wat meer tegen het sobere minimalisme aan.
Het iconische SAS Royal Hotel (1958) in Kopenhagen, heeft al meer de moderne allure van de latere Scandinavische architectuur. Het SAS-hotel zou Jacobsens grootste meesterwerk worden, omdat het een volledig geïntegreerd ontwerp was, waarbij ook het interieur beroemd werd. Denk aan de ei-stoel. Een ander indrukwekkend gebouw van Jacobsen is de Nationale bank van Denemarken (1978).
De Deense architect Jørn Utzon (1918-2008) zou vooral vanwege het Sydney Opera House (1973) in Australië wereldberoemd worden. De daken doen aan grote schelpen denken, maar naar verluidt hield Utzon vooral erg van zeilen en zou dat de inspiratiebron zijn. In Denemarken ontwierp hij onder meer de kerk van Bagsværd (1976). The Wave-flats in Vejle werden ter ere van hem ontworpen, en wel door Henning Larsen Architects.
Henning Larsen (1925-2013) was eveneens een beroemd Deens architect die het inmiddels beroemde Henning Larsen Architects oprichtte. Het bureau maakte faam met projecten als het Operahuis van Kopenhagen (2005), dat traditionele waarden van Scandinavische architectuur nog steeds omarmt: duurzaamheid, esthetiek en focus op natuurlijke lichtinval.
Architect Bjarke Ingels (1976) treedt buitengewoon succesvol in de voetsporen van zijn grote landgenoten. De Bjarke Ingels Group (BIG) is wereldwijd bekend. Het architectenbureau brengt een speelse, gedurfde benadering in hun ontwerpen. Beroemd is bijvoorbeeld Amager Bakke / CopenHill (2017), de afvalverwerking en openlucht-skiberg in één. Het bureau laat overal ter wereld van zich horen, van China tot de VS. Hun portfolio is indrukwekkend.
Andere toonaangevende bureaus zijn bijvoorbeeld Cobe en Schmidt Hammer Lassen. Zij focussen op de herontwikkeling van stedelijke gebieden in Denemarken. Zo gaat Cobe de verbouwing van het Deense parlement in hartje Kopenhagen doen. Bijzonder zijn ook de Isbjerget-flatgebouwen (2013), een echte ode aan de Scandinavische natuur. Leuk detail is dat naast een Deens, zowel een Nederlands als een Belgisch architectenbureau betrokken waren bij de totstandkoming.
Scandinavische en Finse architectuur in een notendop
De Scandinavische en Finse architectuur staan wereldwijd bekend om hun esthetische, minimalistische en functionele stijl. Natuurlijke, duurzame materialen krijgen vaak de voorkeur. Denk aan hout, steen en glas. De focus op licht en harmonie met de omgeving zie je in veel ontwerpen terug. Het waren ooit architecten als Alvar Aalto, Sven Marcelius en Arne Korsmo die braken met de nationale romantiek in hun land en kwamen tot een meer gemeenschappelijk Noords-modernisme. Hoewel de Scandinavische en Finse architectuur steeds internationaler werden en met hun tijd meegingen, zien we de belangrijkste kenmerken van die Noord-Europese stijl nog steeds terug bij moderne architectenbureaus als Bjarke Ingels Group (BIG), ALA Architects en Snøhetta.
Boekenlijst
- Fiel, C. & Fiel, P. (2017), Modern Scandinavian Design. Verkrijgbaar via Libris.nl.
- Miller, W. C. (2016). Nordic Modernism: Scandinavian Architecture 1890-2017. Verkrijgbaar via Libris.nl.
- Schmelzer, T., & Daab, R. (2021). High On… Scandinavian Architects. Verkrijgbaar via Libris.nl.
- Stewart, J. (2018). Nordic Classicism: Scandinavian Architecture 1910-1930.
Meer over Scandinavisch design lezen?
Op deze website lees je over alles wat met Scandinavië te maken heeft. Als je van architectuur houdt, dan zijn de artikelen over Scandinavisch design wellicht interessant. Je zou kunnen beginnen met het artikel over wat Scandinavische design is.
Hanglamp in Scandinavisch design – Artek, &Tradition en Louis Poulsen
Welke hanglamp in Scandinavisch design past het beste in jouw interieur? Kies je voor de bekende verlichting van Artek, &Tradition en Louis Poulsen? Of ga je voor een vintage PH-lamp…
Beste fauteuil in Scandinavisch design
Ben je op zoek naar de beste fauteuil in Scandinavisch design? Lees hier waar je zoal uit kunt kiezen. Ontdek historische modellen van ontwerpers als Aalto, Wegner en Jalk en…
Wat is Scandinavisch design vroeger en nu?
Wat is Scandinavisch design? Het is een minimalistische en functionele ontwerpstijl uit Noord-Europa. Scandinavisch design als erkend concept bestaat vanaf de jaren 50. Kenmerken zijn organische vormen, neutrale kleuren en…


















