Arne Jacobsen (1902-1971) was een Deense architect en ontwerper die grote invloed had op het modernisme. Dit multitalent ontwierp enorme flatgebouwen, maar waagde zich net zo lief aan tuinen, deurklinken en lettertypes. Zijn werk is nog steeds gewild en gewaardeerd.
Coverfoto: Arnejacobsen.com
Wie was Arne Jacobsen?
Arne Jacobsen studeerde begin jaren twintig van de vorige eeuw aan de Koninklijke Deense Kunstacademie, waar hij les kreeg van invloedrijke architecten als Kay Fisker en Kaare Klint. Het zouden gloriejaren worden voor de Scandinavische architectuur. Tijdens zijn studie maakte Jacobsen reizen naar Frankrijk en Italië, wat zijn liefde voor klassieke architectuur versterkte. Daarin is Jacobsen te vergelijken met die andere beroemde modernistische architect en ontwerper: Alvar Aalto. Aalto reisde in de jaren twintig met het vliegtuig vanuit Finland naar Toscane voor inspiratie en verwerkte neoklassieke elementen in zijn modernistische ontwerpen.
Arne Jacobsen won in 1925 een zilveren medaille op de Wereldtentoonstelling in Parijs voor een stoelontwerp. Hij studeerde af in 1927 en bezocht Berlijn om de minimalistische architectuur van Walter Gropius en Ludwig Mies Van Der Rohe te bewonderen. In zijn vroege werk zien we nog een neoklassieke stijl terug, bijvoorbeeld in het door hem ontworpen muziekpaviljoen in Enghaveparken, Kopenhagen. Zijn eigen huis in Charlottenlund uit 1929 is vooruitstrevender en breekt met de neoklassieke benadering. Het gebouw kenmerkt zich door een functionele indeling en een witgepleisterde gevel. Jacobsens verdere carrière zou in het teken staan van experimenteren en verder uitwerking van een modernistische architectuur.
Jaren 30/40: architectuur ontwikkelen en op de vlucht
In de jaren 30 vestigt Jacobsen zijn naam door diverse bouwprojecten. Het Bellevue-complex spreekt tot de verbeelding en omvatte een theater, woningen en een tankstation. Ook dit ontwerp ligt in Charlottenlund, het noordoosten van Kopenhagen. De strakke, witte gebouwen leverde de bijnaam “De Witte Stad” op. Andere bekende ontwerpen uit deze periode zijn bijvoorbeeld de decoratieve sta-klok die nog steeds erg gewild is in huiskamers. Architectonisch spreken de gemeentehuizen van Aarhus en Søllerød (nu: Rudersdal) tot de verbeelding. Ze zijn nog steeds als zodanig te bezoeken.
Tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog vluchtte Jacobsen vanwege zijn joodse afkomst naar het neutrale Zweden. Ook zijn vriend en beroemd lampenontwerper Poul Henningsen vluchtte met Jacobsen mee. Henningsen was niet joods, maar moest als linkse opiniemaker ook vrezen voor de nazi’s. In Zweden richtte Arne Jacobsen zich op textielontwerp. Het typeert zijn ruime interesse en drang om te experimenteren. Dat laatste blijft hij ook na de Tweede Wereldoorlog doen, wanneer hij weer terugkeert in Denemarken.

Jaren 50: meubeldesign
In 1952 brak Jacobsen internationaal door als meubelontwerper met de mierenstoel. Hij liet zich inspireren door Charles en Ray Eames. De mierenstoelen zijn de gele stoelen met de ronde rugleuning op de foto. De stoelen zijn gemaakt van gebogen multiplex, wat ze licht, functioneel en stijlvol maakt. Later volgden de bekende eistoel (zwarte stoel in het midden) en de zwaanstoel (zwarte stoel linksvoor). Jacobsen ontwierp deze klassiekers speciaal voor het SAS Royal Hotel in Kopenhagen. Dit hotel was een zogenaamd ‘Gesamtkunstwerk’. Jacobsen ontwierp echt alles zelf, inclusief interieur, meubels en zelfs bestek. Rechtsvoor op de afbeelding zie je ook nog de tongstoel, eveneens een jaren 50-ontwerp. De gele stoel helemaal linksachter is de zogenaamde Grand Prix. Het Deense designermerk Fritz Hansen verkoopt een aantal van deze ontwerpen nog steeds.

Jaren 60/70
In 1964 ontwierp Arne Jacobsen St.-Catherine’s College in Oxford. Hij hield volledige controle over elk detail, van de architectuur tot de tuin en het meubilair. Dit project wordt gezien als een meesterwerk van coherente vormgeving.
In de jaren 60 richtte Arne Jacobsen zich ook op ontwerpen met standaardonderdelen, waarmee je zelf kunt combineren. Een manier van denken waar IKEA groot mee geworden is. Het Kubeflex-huis is een goed voorbeeld met een aantal identieke kubussen aan elkaar gekoppeld. Je vindt deze kubuswoningen bij het Trapholtmuseum voor moderne kunst, in het stadje Kolding. Op de foto zie je ook Jacobsens beroemde ei-stoel en de AJ-stalamp.
Een ander bekend ontwerp uit de jaren 60 is Jacobsens Cylinda Line-servies. Met name het kenmerkende theepotje heb je vast weleens gezien. Jacobsen overleed in 1971, maar zijn invloed leeft voort in iconische ontwerpen en baanbrekende architectuur. Zijn streven naar perfecte verhoudingen en harmonie blijft een inspiratiebron voor ontwerpers wereldwijd.
Meer over Arne Jacobsen en Scandinavisch design
We hebben ook nog deze interessante tips voor als je van Arne Jacobsen en Scandinavisch design houdt.
- Scandinavisch design – Wat is het?
- Website over zijn werk en leven – Arnejacobsen.com
- Museumtip Kopenhagen – Design Museum Danmark
- Cylinda-servieslijn – Nordic Nest
- Meubels – It’s Scandinavian
Lees ook vooral verder op deze website, in de vele artikelen over Deens en Scandinavisch design! Van fauteuils tot lampen, design van Arne Jacobsen is in bijna alles vertegenwoordigd.
Beste wandlamp Scandinavisch design
Ben je op zoek naar een wandlamp in Scandinavisch design? En ben je benieuwd welke het best in je interieur past? We zetten geprezen modellen als die van Alvar Aalto…
Wat is Scandinavisch design vroeger en nu?
Wat is Scandinavisch design? Het is een minimalistische en functionele ontwerpstijl uit Noord-Europa. Scandinavisch design als erkend concept bestaat vanaf de jaren 50. Kenmerken zijn organische vormen, neutrale kleuren en…
Hanglamp in Scandinavisch design – Artek, &Tradition en Louis Poulsen
Welke hanglamp in Scandinavisch design past het beste in jouw interieur? Kies je voor de bekende verlichting van Artek, &Tradition en Louis Poulsen? Of ga je voor een vintage PH-lamp…



