Categorieën
Denemarken Lifestyle

Deens design | tijdloos en toegankelijk

Het populaire Deens design schittert in menig huiskamer, maar wat is het eigenlijk? En waar komen die iconische vormen en patronen vandaan?

Het populaire Deens design schittert in menig huiskamer. We proberen in dit artikel te vangen wat Deens design eigenlijk is. Wat zijn de kenmerken? Waar zie je het in terug? En hoe werden de ei-stoel van Arne Jacobsen of de PH-lamp van Poul Henningsen zo beroemd wereldwijd?

Wat is Deens design?

Deens design is net als ander Scandinavisch design minimalistisch en functionalistisch. Als stroming en als merk is Deens design misschien wel de meest dominante binnen het Scandinavisch design, in elk geval in historisch opzicht. Deens design werd wereldberoemd in de jaren 40, 50 en 60 van de vorige eeuw en kende in de laatste jaren een wederopstanding.

De ontwikkeling van Deens design

In de geest van Bauhaus

Het minimalistische Deens design is onmiskenbaar beïnvloed door de modernisten van de Bauhaus-school. Waar Bauhaus stopte, ging Deens design verder. Aan de Bauhaus-school in Duitsland kwam een abrupt einde toen Adolf Hitler besloot dat deze stroming niet verenigbaar was met het nationaal-socialisme. Het onbedoelde gevolg was dat veel kunstenaars en ontwerpers de invloeden van Bauhaus mondiaal verspreidde.

Foto Simone Hutsch | Bauhaus Archive Berlijn

De grondleggers van Deens design

Het verhaal van Deens design is zeker niet alleen aan de ontwikkelingen binnen de Bauhaus-school te danken. De eerste uitingen van deze stijl zien we al in de tweede helft van de 19e eeuw, nog net voor de opkomst van de art nouveau. Het was Thorvald Bindesbøll die als ontwerper en ambachtsman zijn tijd ver vooruit was. De meeste mensen zullen zijn werk kennen van het logo van Carlsberg, het Deense bier dat wereldwijd gedronken wordt en nog steeds hetzelfde logo voert als ruim honderd jaar geleden. Bindesbølls interesse was echter veel breder. Denk aan keramiek, sieraden, boekbinden, zilver en meubels.

Skønvirke: de Deense art nouveau

Bindesbøll leefde in de tijd van de skønvirke, de Deense art nouveau. Het was eigenlijk een mengeling van art nouveau, het Britse arts and crafts en de Scandinavische nationale romantiek. De arts-and-crafts-beweging verzette zich tegen de massaproductie en het verlies van ambachtelijke kwaliteit in de samenleving. Dat is een gedachte die veel latere Deense ontwerpers deelden. De skønvirkeperiode kreeg pas achteraf zijn naam, met de oprichting van het gelijknamige tijdschrift in 1914.

Wiki Commons/Knud Larsen | Een eikenfries van Larsen in skønvirke, uit 1911.

Knud Engelhardt en Kaare Klint

Een generatie later was het Knud Engelhardt die de eerste architect werd met een industrieel signatuur. Engelhardt liet zich inspireren door Bindesbøll en is bekend van de typische trams uit begin 20e eeuw. Vooral de afgeronde voorkant van de trams is wereldwijd veel gekopieerd. Op deze webpagina zie je de trams en Engelhardt zelf erin zittend.

Meubelontwerper Kaare Klint wordt vaak gepresenteerd als de geestelijk vader van Deens design. Hij had een sterke voorkeur voor houten meubels en werd gedreven door de functionaliteit ervan. Klint was een van de oprichters van de Royal Academy of Fine Arts Furniture School in Kopenhagen, waar hij van 1924 tot 1954 lesgaf. De school zou heel wat beroemde namen afleveren. Historicus Per Hansen nuanceert Klints status als geestelijk vader. Hij stelt dat ook de mythevorming achter Deens design hem tot hoofdfiguur bombardeerde. Het was meer marketing dan feitelijk juist, aldus historicus Kevin Davies.

Marie Gudme Leth

In de textielnijverheid was het Marie Gudme Leth die de weg bereed voor het Deense design. Zij introduceerde de zeefdruk in Denemarken en opende in 1935 een textielfabriek. De nieuwe middelen zorgden ook voor nieuwe ontwerppatronen, die later in het Deens design terug waren te zien. Leth was een vroege pionier, maar maakte ook de doorbraak van Deens design als actief designer mee. Ze werd namelijk bijzonder oud en had een lange carrière. In 1997 stierf ze op 102-jarige leeftijd.

Design Museum Denmark/Pernille Klemp | Perlehøns (parelhoenderen) van Marie Gudme Leth.

De doorbraak van Deens design

De echte bloei van Deens design komt pas in de jaren na de Tweede Wereldoorlog, wanneer Denemarken industrieel groeit. Waar landen als Engeland, België, Frankrijk en Duitsland al in de 19e eeuw industrialiseerden bleef Denemarken aanvankelijk achter.

Wat voor Denemarken geldt, zien we overigens ook in Nederland. Beide landen misten belangrijke grondstoffen voor een vroege industrialisering. Wat Denemarken wel had, was vakmanschap.

Multiplex als materiaal

Meteen na de Tweede wereldoorlog was er vrij veel schaarste, zo ook in hout. Deense meubelmakers losten dat bijvoorbeeld op met de introductie van multiplex. Meubelmaakster Grete Jalk is hier een goed voorbeeld van.

Zij nam voorbeeld aan de Fin Alvar Aalto en de Amerikaan Charles Eames, die beiden met multiplex werkten. Multiplex bestaat uit op elkaar gekleefde laagjes waarvan de houtnerf telkens haaks op de volgende laag staat. De voordelen van multiplex zijn de stevigheid en het feit dat je meer restmaterialen van een boomstam kunt gebruiken. Daarmee was het ook een goedkoper materiaal.

Danish modern

Hoe verfijnd en vernieuwend het Deense design ook was, alles valt of staat met de merkbeleving van consumenten. We stipten het bij de introductie van Kaare Klint al aan: Deens design ging een eigen leven leiden zo net na de oorlog. Internationaal maakte het concept furore onder de naam Danish Modern. De vele exposities, tijdschriften en bovenal het internationale netwerk van ontwerpers en kunstenaars zorgden ervoor dat het concept zo populair werd. Zeker het succes in de VS zorgde voor wind in de Deense zeilen.

Design Museum Denmark/Pernille Klemp | De multiplex GJ-stoel van Grete Jalk.

Iconische stoelen

Denemarken en het Deens design zouden bovendien optimaal profiteren van de opkomst van de consumptiemaatschappij in Europa. Één van de vlaggenschepen waren ongetwijfeld de meubels, die in heel Europa en Amerika in trek waren. Hoe iconisch zijn de vele stoelen die uit Denemarken komen? Grete Jalk, Hans Wegner, Børge Mogensen, Finn Juhl en Arne Jacobsen zijn voor het brede publiek de meest bekende ontwerpers. Die laatste ontwierp bijvoorbeeld de ei-stoel en de mierenstoel. Finn Juhl werd bekend van de NV-45-stoel en Wegner van de ronde stoel en de y-stoel.

Børge Mogensen produceerde namens het bedrijf FDB Møbler de J39-stoel ‘People’s chair’, de Spaanse stoel en de J52B-stoel. FDB Møbler kreeg een heroprichting in 2013, vanwege de toenemende interesse voor Deens design. Momenteel ontwikkelt men designmeubels voor de hogere prijssegmenten. Al die stoelen en ontwerpen van de oude Deense designers zijn hele kenmerkende ontwerpen en vormen die we vandaag de dag nog steeds in huiskamers terugzien.

Nasjonalmuseet/Larsen, Frode | De ronde stoel van Hans Wegner uit 1949.

Design Museum Denmark/Pernille Klemp | De mierenstoel van Arne Jacobsen.
Design Museum Denmark/Pernille Klemp | De NV-45-stoel.

De PH-lamp van Henningsen

De PH-lampen van Poul Henningsen spreken ook tot de verbeelding en komen eigenlijk al uit de vooroorlogse tijd. De PH-lamp bestaat uit drie typische lampenkappen. Als we een ruime definitie van PH-lamp aanhouden, dan komen ook andere lampen van Henningsen in aanmerking. De lampen zijn zo ontworpen dat ze schittering tegengaan. Dat betekent dat de lichtbron zelf wordt verduisterd. In de winkel herken je de lampen aan de merknaam ‘Louis Poulsen’.

De beginselen van Henningsen zijn vandaag de dag in talloze ontwerpen gebruikt. Denk aan de artisjoklamp of de dennenappellamp. Een must have natuurlijk voor elke Scandinavië-fan. Ook als je door de lampenafdeling van IKEA wandelt zie je gelijkende lampen.

Overigens beperkten de invloeden van Deens design op elektronicagebied zich niet tot lampen. Ook in radio’s, tv’s en geluidsboxen zag je het functionele en minimalistische terug. Bekendste exponent hiervan is het nog steeds bekende Bang & Olufsen, dat vandaag de dag vooral een high end designer-merk voor geluidsapparatuur is.

Foto: Firmaet Elfelt | Beeldbank Københavns Museum | Restaurant in Kopenhagen in 1937 met de kenmerkende PH-lampen van Poul Henningsen en stoelen van Klint.

Deense architectuur

Meubelmakers waren onmiskenbaar de drijvende factor achter Deens design. Wat de populariteit van het concept ook hielp was de connectie met de architectuur. De lijntjes met de meubelmakers waren kort. Sterker, meubelmaker Jacobsen ontwierp ook gebouwen en deed dat minstens zo verdienstelijk. Het is dan ook niet gek dat men in de architectuur de stijl van de meubels terugzag.

In oktober 1954 stelde de New York Times dat er overduidelijk een nauwe samenwerking tussen Deense architecten en meubelmakers was. De auteur zag gelijkenis in de simpliciteit, functionaliteit en het materiaalgebruik (hout). Ook het Amerikaanse modernisme beïnvloedde de Deense architectuur. Kenmerken waren platte daken, open interieurs en glazen gevels.

Beroemde architecten

Architect Jørn Utzon won in 1957 de prijs voor het beste ontwerp voor het nieuw te bouwen Sydney Opera House, dat in 1973 klaar zou zijn. Hij zou later ook bekend worden met het Utzon Center, dat hij aan het einde van zijn leven met zijn zoon creëerde in hun thuisstad Aalborg. Het centrum bestaat sinds 2008 en fungeert als museum. De bekende golfappartementen in de haven van Vejle zijn overigens een ode aan Utzon.

Unsplash/Kewal | Sydney Opera House.

Waar Utzon plotsklaps wereldberoemd werd, werd Arne Jacobsen de toonaangevende modernist in Denemarken zelf met het ontwerp van het SAS Hotel in Kopenhagen in 1960. Het stadhuis van Rødovre laat zien hoe goed Jacobsen het gebruik van verschillende materialen combineerde: zandsteen, twee soorten glas, geverfd metaalwerk en roestvrij staal.

Wiki Commons seier+seier | Århus City Hall, gebouwd tussen 1937 en 1942.

Unsplash/Andreas Jensen | Århus City Hall, de buitenkant, met een duidelijke Bauhaus-signatuur.

Een andere bekende naam is Vilhelm Wohlert die mede verantwoordelijk was voor het Louisianamuseum voor moderne kunsten. Dit museum is nog steeds te bezoeken ten noorden van Kopenhagen aan de oevers van de Sont. Wohlert ontwierp ook het kunstmuseum in Bochum, gelegen in het Duitse Ruhrgebied.

Latere generaties

Een bekende leerling van Jacobsen en Utzon was Henning Larsen. Ook hij maakte internationaal furore en ontwierp gebouwen in Engeland, Duitsland en Saudi-Arabië. In Scandinavië werd hij onder andere bekend van het Harpa-concertgebouw in IJsland en de Opera van Kopenhagen. Die laatste zou bij de voltooiing in 2004 één van de duurste operagebouwen ooit worden.

Lance Anderson | Harpa-concertgebouw in Reykjavík.

Hoe Deens design langzaam aan populariteit verloor

De Copenhagen Cabinetmakers’ Guild Exhibition was een jaarlijkse meubeltentoonstelling en wedstrijd die van 1927 tot 1966 werd gehouden. Het evenement stond symbool voor het sterke zelfbewustzijn van de Deense meubelontwerpers. Beroemde namen als Juhl, Wegner, Klint, Mogensen en Jacob Kjær waren graag geziene gasten. Ze zagen zich op de eerste plaats als echte ambachtslieden en keerden zich in meer of mindere mate af van massaproductie. En precies daar zat het knelpunt.

Op zijn retour

Rond 1960 waren de hoogtijdagen voorbij. De arbeidskosten waren inmiddels vele malen hoger en de consument werd nieuwsgierig naar nieuwe trends. Volgens Deens historicus Per Hansen heeft het verval van Deens Design meerdere oorzaken, waarvan een gebrek aan innovatie de grootste is.

Er waren geen of te weinig nieuwe ontwerpen, productiemethoden, materialen of technologieën. Gerenommeerde Deense ontwerpers als Verner Panton en Poul Kjærholm gebruikten met plastic en staal wel nieuwe materialen. Hun probleem was dat de Deense meubelindustrie niet klaar was om die nieuwe ontwerpen en materialen te vervaardigen. Kosten en kennis bleken een beperkende factor.

Nieuw consumentengedrag

De massaconsumptie die Deens design eens in het zadel hielp, rekende er nu mee af. Deense meubels waren van hoogwaardige kwaliteit en bedoeld om een mensenleven lang mee te gaan. Consumenten in Europa kochten allang geen meubels meer voor het leven. De consument werd trendgevoelig en het Deense concept was duidelijk uit.

Holger Ellgaard – Wiki Commons | De Pantonstoel.

Hoe het Deens design-avontuur verder ging

Al in de jaren negentig was er hernieuwde interesse voor Deens design. De eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat een aantal objecten van ontwerpers als Wegner, Juhl en Jacobsen eigenlijk voortdurend vertegenwoordigd waren in de massaproductie van de mondiale meubelindustrie.

Deens design anno nu

Deens design heeft vandaag de dag zijn stek helemaal heroverd. Er zijn in Denemarken honderden bedrijven die designmeubels produceren. In veel gevallen vindt de productie in het buitenland plaats, om de kosten te drukken. Het design is nog steeds Deens. Ook op andere vlakken speelt Deens design weer een rol. Deens design in de architectuur was eigenlijk nooit echt passé.

Meer hedendaagse stijlen als het neo-futurisme (bekend van Calatrava) zie je ook terug in de ontwerpen van Deense architectenbureaus. Tegelijkertijd zijn ook de Deense minimalistische invloeden herkenbaar (bijvoorbeeld). Anders dan 80 jaar geleden zijn het globale topics als de circulaire samenleving en het milieu die designers wereldwijd bezighouden. Internationaal is vooral Bjarke Ingels beroemd. Hij is onder andere bekend van Amager Bakke in Kopenhagen. Dit is een energiecentrale die ook zomerskibaan, klimwand en ‘berg’-wandelpad is.

Pierre Châtel-Innocenti | De Mærsktoren van de universiteit van Kopenhagen, C.F. Møller Architects.

Deens design bezichtigen in Kopenhagen

Vandaag de dag zet het Danish Design Center (website) zich in voor Deens design. Deze non-profitorganisatie uit Kopenhagen werd in 1978 opgericht als een nationaal kenniscentrum voor vormgeving. De instelling probeert het belang van Deens design in het bedrijfsleven te vergroten, in binnen- en buitenland. Er zijn ook samenwerkingsverbanden met onderwijs- en onderzoeksinstellingen en andere publieke organisaties. Het centrum zelf heeft geen exposities meer, maar je kunt in het zogeheten ‘Blox-gebouw’ wel terecht voor het Deens architectuurmuseum (website).

Vanaf juni 2022 is het Design Museum Denmark (website) geopend na een lange renovatie. Hier vind je exposities over wat Deens design is. Wil je echt alles over Deens design weten, dan is het slim om dit museum op je lijstje te zetten voor je volgende bezoek aan Kopenhagen. Het museum bevindt zich vlakbij koninklijk paleis Amalienborg.

Deens design elders in Denemarken

In Noord-Jutland kun je een bezoek brengen aan het Struermuseum (website). Dit is de locatie waar het verhaal van Bang & Olufsen begon. In het museum vind je een vaste expositie over de tv’s en radio’s uit de eerste bloeitijd van het Deens design.

Geraadpleegde bronnen

  • Hansen, P.H. (2006), Networks, narratives, and new markets: The rise and decline of Danish modern furniture design, 1930–1970. Business History Review, 2006. Geraadpleegd via Researchgate.net.
  • Davies, K (1999), Markets, Marketing and Design: The Danish Furniture Industry, c.1947–65. Scandinavian Journal of Design History 9 (1999)
  • Hyams, I. B. (2014). Danish Vernacular – Nationalism and History Shaping Education. ARCC Conference Repository. Geraadpleegd via arcc-repository.org.

Meer lezen over Denemarken of design?

Op deze website lees je nog veel meer over Denemarken en Scandinavië. Er is ook een artikel dat Scandinavisch design behandelt.